Nagerecht, vegetarisch, 50 minuten (+ 2 uur wachten)

Slow Saturday

Voor deze Slow Saturday wilde ik graag zelf  Siciliaanse cannoli maken. Iedere fan van The Godfather kent deze met ricotta gevulde deegrolletjes. Ik at vorig jaar maar liefst twee keer een goddelijke variant in Rome, één keer bij Ciuri-Ciuri, en één keer op de markt in Testaccio.Toen nam ik me voor zelf zulke heerlijke cannoli te maken.

Cannoli

Zo lekker als in Rome zijn die van mij helaas niet geworden. Dat zou ook geen eer doen aan een eeuwenoude Siciliaanse traditie. Maar dit is wel een heel bijzonder toetje, weer eens wat anders! Maak dit gerecht als je echt zin hebt om naar wat speciaalzaken te gaan en in de keuken te staan. Je hebt namelijk een aantal speciale ingrediënten nodig. Het originele recept is met schapenricotta, maar ik ben zelfs in diverse speciaalzaken uitsluitend ricotta van koeienmelk tegengekomen. Of beter gezegd: wei, want ricotta is wei die twee keer is gekookt (ricotta betekent ook ‘opnieuw gekookt’). De marsala kun je bij de wijnhandel of Italiaanse delicatessenzaak kopen. Gekonfijte sinaasappelschil kun je kopen bij de notenkraam op de markt. Als die geen gekonfijte sinaasappelschil heeft, kun je bij de chocoladekraam vast sinaasappelschil in chocolade kopen. Verder heb je cannolivormen nodig, en een spuitzak. Deze kun je in de kookwinkel kopen. Het recept komt van La Cucina Italiana. Ik heb een aantal ingrediënten weggelaten, om zoveel mogelijk de cannoli te reconstrueren die ik in Italië at.

Wat heb je nodig (voor 4 personen):

  • 60 gram bloem
  • 40 ml marsala
  • 10 gram suiker
  • 10 gram boter
  • Zonnebloemolie
  • Een ei
  • Zout
  • Twee bakjes ricotta
  • 200 gram poedersuiker
  • 60 gram gekonfijte sinaasappelschil
  • 60 gram pure chocolade
  • Een vanillestokje of een beetje vanille
  • 300 gram pistachenootjes

Snijd de boter in hele kleine blokjes. Meng in een kom de bloem, suiker, boter en marsala, en bestrooi dit deeg met een snufje zout. Kneed het deeg goed door, wikkel het in vershoudfolie en leg het ongeveer 2 uur in de koelkast.

Bestrooi het aanrechtblad met wat bloem. Rol het deeg uit totdat het heel dun is. Gebruik een klein kommetje om cirkels uit het vel te snijden. Als je voor iedereen twee cannoli maakt, heb je er 8 nodig. Rol iedere cirkel uit totdat het een langwerpige (ovale) vorm heeft. Wikkel die ovaal om een cannolivorm. Splits een ei, en kwast de uiteinden van het deeg in met eiwit. Druk de uiteinden een beetje aan, anders laat het deeg los van de vorm tijdens het frituren.

Verhit de zonnebloemolie. Doe voorzichtig de cannoli (die nog om de vorm zit) in de olie. Het zal snel verkleuren, dus draai voorzichtig met een houten lepel regelmatig om. Als alle kanten bruin zijn, haal je de cannoli uit de olie. Wederom met een houten lepel, want de ijzeren vorm is heet. Laat de cannoli uitlekken op keukenpapier. Als de vorm is afgekoeld, schuif je de cannoli van de vorm. Zo ga je door totdat alle cannoli zijn gefrituurd.

Cannoli

Als alle cannoli zijn gefrituurd, maak je de vulling. Snijd de sinaasappelschil en de chocolade in hele kleine stukjes. Pel de pistachenoten. Haal ook het dunne schilletje van het nootje af. Snijd de pistachenootjes in hele kleine stukjes, of verpulver ze in een vijzel. Meng in een kom de ricotta met de poedersuiker. Splits de ricotta. Doe bij de ene helft de sinaasappelschil, bij de andere helft de chocolade. Doe het mengsel in een spuitzak, en vul de cannoli met de vulling van ricotta. Het is van belang dat de stukjes sinaasappelschil en chocolade niet te groot zijn, want dan komen ze vast te zitten. Dip de cannoli met chocoladevulling aan de voor- en achterzijde in de pistachenootjes.

Cannoli Cannoli

Wijntip: Marsala. Het is zoet, het zit in je gerecht en als het goed is heb je tijdens het kookproces nog wat overgelaten. Een dessertwijn past uitstekend bij de cannoli, omdat het nagerecht zelf geen uitgesproken zoete smaak heeft.