Nagerecht, vegetarisch, 50 minuten (+ 1 uur wachten)

Slow Saturday

In Franse bakkerijen zie je ze vaak in laagjes achter elkaar liggen in twintig verschillende kleuren en smaken. Ook in het Nederlandse patisserielandschap hebben ze zich onmisbaar gemaakt: macarons. Macarons, wat zijn jullie toch heerlijk. Met je dunne krokante laagje met zachte, beetje kleverige bite en dan die dikke, boterige, zoete vulling. En dan heb ik het nog niet eens over jullie vrolijke kleurtjes en palet aan verschillende smaken gehad. Chocolade, pistache, framboos, lavendel, vanille, passievrucht en bosbes. Ik heb mij er nog nooit aan gewaagd ze zelf te maken, omdat ik hoorde en las dat het zo ingewikkeld was, en ik niet geloofde dat ik ooit zulke vrolijke macarons zou kunnen maken. Maar in het kader van de Slow Saturday heb ik mij eraan gewaagd. En: het (uiteindelijke) resultaat mocht er zijn! Macarons maken is precisiewerk, en je hebt kans op het ‘eerste-pannenkoek-verschijnsel’, namelijk dat de eerste mislukt. Maar ze worden steeds beter en lekkerder. En zelf macarons maken past in de filosofie van echt eten: je zou ze eigenlijk zo vaak moeten eten als je bereid bent ze zelf te maken. Mogelijk is dat, als je de smaak eenmaal te pakken hebt, dagelijks. Het recept heb ik van www.cupcakerecepten.nl. Vaak ben ik creatief met recepten, maar patisserierecepten laten niet van zich afwijken. Ik heb alleen de kleurstof weggelaten en geprobeerd macarons te maken met natuurlijke kleurstoffen.

Wat heb je nodig (voor 4 personen, ongeveer 20 macarons):

  • 115 gram amandelmeel (dit kun je kopen bij de biologische supermarkt)
  • 160 +60 gram poedersuiker
  • 3 eiwitten op kamertemperatuur
  • 90 gram fijne kristalsuiker
  • wat zout
  • 60 gram boter
  • wat vanille, bosvruchten, cacao

De basis voor macarons bestaat uit opgeklopt eiwit en amandelmeel met poedersuiker. Om het mijzelf niet nodeloos moeilijk te maken, heb ik het amandelmeel kant-en-klaar gekocht. Er zijn grenzen aan de Slow Saturday…

Weeg het amandelmeel precies af, en zeef het boven een kom. Zeef ook de poedersuiker boven een kom. Meng het amandelmeel en de poedersuiker met een spatel. Neem een andere kom en was die goed af met ontvettend afwasmiddel. Was ook je handen nog een keer. Splits de eieren en doe de eiwitten in de kom. Gebruik een mixer, die je ook met afwasmiddel hebt ontvet, om de eiwitten op te kloppen, met een snufje zout. Als de kom, mixer of je handen niet vetvrij zijn, stijft het eiwit niet goed op. Klop het eiwit op, en voeg ondertussen de suiker toe. Blijf nog een paar minuten mixen totdat het eiwit pieken vormt en je de kom kunt omdraaien zonder dat het eruit valt.

Schep met een spatel het eimengsel door het amandelmeel, totdat je een egaal beslag hebt. Doe dit voorzichtig, anders wordt het mengsel minder luchtig. Je kunt nu vanille of cacaopoeder toevoegen.

Macarons

Bekleed een bakplaat met een vel bakpapier. Doe wat beslag in de hoeken, zodat het bakpapier blijft liggen. Doe het beslag met een lepel in een spuitzak. Haal de lucht eruit door het beslag voorzichtig naar beneden te drukken, met de spuitmond op het keukenblad. Maak nu met de spuitzak kleine rondjes op het bakpapier. Laat genoeg ruimte over tussen de rondjes.

Laat de rondjes eerst ongeveer een uur drogen. Verwarm ondertussen de oven voor op 175°C. Bak de macarons ongeveer 15 minuten. Als het goed is, komen de randjes van de macarons al een beetje los van het bakpapier. Laat de rondjes afkoelen.

Maak ondertussen de vulling door de boter en poedersuiker met elkaar te mengen totdat je een glad mengsel hebt. Doe de vulling op een rondje, en doe daar een ander rondje bovenop. Et voilà: macarons!