Nagerecht, vegetarisch, 20 minuten (+ 2 uur wachten)

Vandaag weer een recept waarmee je je in Italië kunt wanen: tiramisù. Ik at het in Puglia en het was zo ontzettend lekker! Denk niet te lang na over wat er allemaal in dit nagerecht zit, en geniet ervan. De beste tiramisù die ik ooit at (in Rome) was gemaakt van eieren die dezelfde dag bij de boer waren gekocht, van kippen die geitenmelk door hun voer kregen waardoor de eieren heel romig waren. Nu hoef je niet op zoek naar die eieren, maar het is wel belangrijk dat ze zo vers mogelijk zijn. Als je daarnaast zorgt voor goede cacao, mascarpone en lange vingers, kan dit recept zeker niet misgaan – en iedereen zal zijn vingers erbij aflikken!

Tiramisu

Wat heb je nodig (voor 4 – 6 personen):

  • 3 grote, verse eieren
  • 50 gram suiker
  • een pak lange vingers (bij voorkeur grote)
  • 250 gram mascarpone
  • Cacaopoeder
  • 2 koppen espresso

Splits de eieren. Doe het eigeel in een kom en het eiwit in een grote – vetvrije – kom. Strooi de helft van de suiker door het eigeel en klop het eigeel en de suiker met een garde tot een glad beslag.

Dan klop je het eiwit stijf. Zorg ervoor dat de kom en de mixer helemaal vetvrij zijn (door het met wat afwasmiddel of citroen schoon te maken). Klop het eiwit ongeveer 5 minuten op. Strooi daarna de andere helft van de suiker over het eiwit. Klop het eiwit met de suiker nog ongeveer 3 minuten op. Als het goed is, kun je nu pieken maken van het eiwit. Meng voorzichtig het eigeel en het eiwit door elkaar en zet het mengsel in de ijskast.

Dan zet je een kop sterke koffie en giet je die in een diep bord. Neem de lange vingers. Doop steeds een lange vinger kort aan beide zijden in de koffie en leg het koekje dan in een schaal. Als je een laag hebt van de lange vingers, smeer je daarover wat eimengsel. Daaroverheen strooi je met een zeef wat cacao. Ga zo laag voor laag door totdat het eimengsel op is of de schaal vol is. Laat je tiramisù dan nog minstens 2 uur afkoelen in de ijskast. Lekker met koffielikeur!